nl.psychiatrie.be - Alles over angst, depressie, dementie, schizofrenie en mentale gezondheid.

Naar de officiële site van Janssen-Cilag


Klik hier om naar de homepagina te gaanKlik hier voor een inhoudstafel van de siteVan wie is deze website ?Geef uw feedback over deze website




Kinderen 
  


Inleiding | Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) | Stemmingsstoornissen | Angststoornissen | Autisme | Gedragsstoornissen | Geestelijke gezondheidsproblemen bij kinderen en adolescenten herkennen | Evaluatie en diagnose | Behandelingsstrategieën



Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (attention-deficit hyperactivity disorder; ADHD) wordt doorgaans voor het eerst gediagnosticeerd tijdens de eerste schooljaren. De symptomen zijn er altijd vóór de leeftijd van zeven jaar, maar blijven soms tot in de adolescentie duren. ADHD komt meer voor bij jongens. De symptomen worden vaak minder ernstig in de late tienerjaren en het begin van de volwassenheid. Het lijkt er echter op dat men ADHD nooit 'ontgroeit', maar strategieën aanleert om de symptomen te compenseren.

ADHD is miskend: minder dan de helft van de patiënten wordt correct gediagnosticeerd, en als dat wel gebeurt, krijgen er maar weinig een geschikte behandeling.

Kinderen met ADHD hebben de neiging tot hyperactief en impulsief gedrag en aandachts- en concentratieproblemen. Ondanks hun goede bedoelingen kunnen ze niet in staat zijn goed te luisteren en bevelen te volgen, en ook met sporten en deelname aan spelletjes kunnen ze moeite hebben. Omdat ze handelen zonder na te denken, rijzen er problemen met ouders, leerkrachten en vrienden. Kinderen met ADHD zijn dikwijls rusteloos en druk, en kunnen niet stilzitten. Die problemen kunnen erg verwarrend zijn voor het kind, zijn familie, schoolvrienden en leerkrachten.

ADHD is geen leerstoornis. Hoewel het de prestaties van de kinderen op school beïnvloedt, heeft de stoornis ook een negatieve invloed op tal van andere aspecten van het leven.

Tekenen van hyperactief gedrag zijn:

  • bijna altijd zenuwachtig en rusteloos zijn
  • niet in staat zijn om lang op dezelfde stoel te blijven zitten
  • op ongepaste ogenblikken en plaatsen rennen of klimmen
  • te veel praten
  • altijd te luid spelen
  • altijd actief zijn
  • antwoorden uitflappen op vragen in de klas
  • voordringen in een rij, niet in staat hun beurt af te wachten
  • anderen onderbreken

Vele kinderen met ADHD hebben vóór de leeftijd van zes jaar problemen met hyperactief en impulsief gedrag. Sommige moeders zeggen zelfs dat hun baby hyperactief was in de baarmoeder, en ouders herinneren zich hun kind als vaak druk en moeilijk rustig te krijgen, toen het nog een baby was.

Kinderen met ADHD kunnen niet in staat zijn hun gedrag volledig onder controle te houden. Ze lijken in een 'andere wereld te zijn' en reageren niet als ze worden gevraagd op te houden, terwijl kinderen die zich met opzet misdragen vaak zullen kijken hoe volwassenen reageren op hun gedrag. Omdat ouders vaak kunnen voelen dat hun kinderen niet kunnen (veeleer dan niet willen) stilzitten of stil zijn, voelen ze zich dikwijls meer gefrustreerd dan kwaad. De meeste ouders hebben verschillende manieren geprobeerd om, zonder veel succes, om te gaan met het probleemgedrag.

Tekenen van aandachtsproblemen zijn:

  • problemen om bevelen op te volgen
  • niet lijken te luisteren naar ouders en leerkrachten
  • niet in staat zijn zich te concentreren op activiteiten
  • dikwijls dingen verliezen die ze op school of thuis nodig hebben
  • niet in staat zijn aandacht te besteden aan details
  • ongeorganiseerd lijken
  • niet in staat zijn om doeltreffend iets van tevoren te plannen
  • vergeetachtig zijn
  • erg verstrooid lijken

Kinderen met ADHD verliezen hun interesse in een activiteit vaak al na 5 minuten of minder en veranderen hun bezigheden voortdurend. Als het kind alleen thuis gedragsproblemen heeft en niet op andere plaatsen zoals op school, dan is het probleem waarschijnlijk niet ADHD. De symptomen van ADHD worden dikwijls erger op plaatsen waar er meer beweging en lawaai is, maar de kinderen kunnen tekenen van hyperactiviteit vertonen in verschillende omgevingen (in de klas of op de speelplaats; thuis voor de televisie). Kinderen met ADHD zijn vaak in staat hun aandacht te concentreren op tekenfilms en videospelletjes, maar tegelijkertijd kunnen ze druk bewegen met hun armen en benen. De meeste kinderen met ADHD hebben zowel hyperactiviteits- als aandachtsproblemen, maar sommige kunnen alleen tekenen van aandachtstekort hebben. Dat soort probleem werd vroeger aandachtstekortstoornis (attention-deficit disorder; ADD) genoemd, maar nu neemt men aan dat het een vorm van ADHD is.

Diagnose van ADHD

Alle kinderen (en volwassenen) vertonen op een bepaald ogenblik enkele symptomen van ADHD, maar kinderen met ADHD hebben meer symptomen en tijdens een langere duur, in die mate dat de symptomen hun normale leven verstoren. Artsen diagnosticeren ADHD door naar het gedrag van de kinderen te kijken en door informatie over het kind te verzamelen bij de ouders, leerkrachten of anderen die het gedrag van de kinderen goed kennen.

De ouders en leerkrachten kunnen gedragsbeoordelingslijsten invullen om informatie te verschaffen over de vormen en de ernst van de ADHD-symptomen thuis en op school, evenals de vormen en de ernst van andere emotionele problemen of gedragsproblemen. Er moet eveneens een gedetailleerde evaluatie van de individuele geschiedenis, de familiegeschiedenis en bekwaamheids- en prestatietests worden gemaakt.

Sommige geneesmiddelen kunnen helpen om hyperactief gedrag onder controle te houden en als men ADHD vermoedt, kan de reactie van het kind op de geneesmiddelen de artsen helpen beslissen of ADHD het eigenlijke probleem is.

Er zijn vele andere omstandigheden die symptomen veroorzaken die lijken op sommige symptomen van ADHD, zoals leerstoornissen, gedrags-, stemmings- of angststoornissen (vb. depressie, gegeneraliseerde angststoornis, obsessieve-compulsieve stoornis, gedragsstoornis).

Geneesmiddelen voor ADHD

De geneesmiddelen die meestal worden gebruikt voor de behandeling van ADHD noemt men psychostimulantia. Voorbeelden hiervan zijn methylfenidaat, dextroamfetamine en pemoline. Hoewel deze geneesmiddelen bij de meeste mensen een stimulerend effect hebben, kunnen ze een kalmerend effect hebben bij kinderen en volwassenen met ADHD. Bij verkeerd gebruik kunnen deze geneesmiddelen verslavend zijn voor tieners en volwassenen, maar ze zijn niet verslavend voor kinderen. De kinderen worden er zelden 'high' of nerveus van en ze hebben geen verdovend effect op hen; ze kunnen het kind helpen zijn hyperactiviteit, onoplettendheid en ander gedrag te controleren, waardoor zijn concentratie-, werk- en leervermogen verbetert. Ze kunnen ook de fysieke coördinatie, zoals handschrift en sportvermogen, verbeteren.

Negen op tien kinderen worden beter met een van de stimulerende geneesmiddelen, dus als er een niet helpt, moet men een ander proberen. Meestal probeert men een geneesmiddel gedurende een week om te zien of het helpt. Indien nodig zullen de artsen ook proberen de dosering aan te passen voor ze op een ander geneesmiddelen overstappen. De duur van de medicatie verschilt van persoon tot persoon. Voor sommigen volstaat een behandeling van één of twee jaar, maar voor anderen kan die langer duren. Als de stimulantia niet werken of wanneer ADHD optreedt met een andere stoornis, kunnen andere soorten geneesmiddelen worden gebruikt. Om een begeleidende depressie of angst te helpen controleren, kan men antidepressiva en andere geneesmiddelen gebruiken. In sommige gevallen probeert men antihistaminica.

Clonidine, een geneesmiddel dat normaal wordt gebruikt om hoge bloeddruk te behandelen, kan helpen bij mensen met zowel ADHD als de stoornis van Gilles de la Tourette (hevige tics). Hoewel stimulantia doorgaans doeltreffender zijn, kan men clonidine proberen als de stimulantia niet werken of niet kunnen worden gebruikt.

Net zoals alle medicijnen kunnen ook geneesmiddelen voor ADHD bijwerkingen hebben. Psychostimulantia leiden tot een verminderde eetlust, maagpijn of hoofdpijn. De verminderde eetlust kan bij sommige mensen leiden tot gewichtsverlies en dat lijkt meer voor te komen bij kinderen. Sommige mensen hebben slaapproblemen. Men kan de bijwerkingen verminderen door de laagst mogelijke dosis te gebruiken en de geneesmiddelen vlak na de maaltijd te nemen. Kinderen die vermageren, kunnen tussendoortjes eten die rijk zijn aan eiwitten en koolhydraten. Het is belangrijk dat men het geneesmiddel exact neemt zoals de arts heeft gezegd (niet vaker of minder vaak), zelfs als het geneesmiddel niet lijkt te werken (in dat geval moet men de arts zo snel mogelijk verwittigen).

Ondanks het feit dat deze geneesmiddelen nuttig zijn, heeft het gebruik van psychostimulantia aanleiding gegeven tot heel wat controverse. De meeste artsen vinden dat men, alvorens deze geneesmiddelen voor te schrijven, de voordelen van de behandeling zorgvuldig moet afwegen tegen mogelijke bijwerkingen (gewichtsverlies, verminderde eetlust en groei, slaapproblemen). Sommige artsen denken dat stimulantia de symptomen van de stoornis van Gilles de la Tourette kunnen verergeren, hoewel dat niet zeker is. Anderen zeggen dat als ze de lengte, het gewicht en de globale ontwikkeling van het kind nauwgezet opvolgen, de voordelen van de geneesmiddelen de mogelijke bijwerkingen meer dan compenseren. De ouders moeten goed op de hoogte zijn van de voordelen en de mogelijke risico's die het gebruik van deze geneesmiddelen inhoudt. De kinderarts kan advies verstrekken en vragen beantwoorden.

Critici argumenteren ook dat vele kinderen die geen echte aandachtsstoornis hebben de geneesmiddelen krijgen om hun storend gedrag te controleren.

Andere behandelingen

Meestal volstaan geneesmiddelen alleen niet. De geneesmiddelen genezen de stoornis niet, ze beïnvloeden de symptomen alleen maar tijdelijk. Hoewel ze de aandacht verscherpen, kunnen ze de kennis of de schoolvaardigheden niet verbeteren. Door geneesmiddelen alleen gaat men zich niet beter voelen over zichzelf, of de problemen verwerken. Er zijn andere soorten van behandeling en steun nodig. Vele deskundigen denken dat men de beste en duurzaamste verbeteringen bereikt door medicatie te combineren met gedragstherapie, emotionele 'counseling' en praktische steun. Dat kan leerkrachttraining, oudertraining, gezinstherapie of individuele 'counseling' inhouden. Opdat de behandeling het doeltreffendst zou zijn, is het essentieel dat men alle aspecten van het leven van de kinderen in acht neemt, omdat ADHD betrekking heeft op het leven op school, in de klas, in het gezin, met vrienden en kennissen, en ook alle aspecten van het kind zelf dat het vertrouwen kan verliezen en negatieve ideeën over zichzelf kan krijgen, op basis van vroegere frustraties, twisten of mislukkingen.

Hoewel het gebruik van geneesmiddelen belangrijk kan zijn, vormt het maar een deel van de behandeling. Even belangrijk is de nood aan steun en het leren van vaardigheden over de organisatie, studie, geheugen en tijdbeheer. Dat proces kan lang duren en het moet regelmatig worden versterkt tot de gewenste vaardigheden deel uitmaken van de normale routine van het kind. Medicijnen kunnen nuttig zijn om de symptomen te controleren die anders zouden verhinderen dat het kind deze vaardigheden aanleert.


 


Deze site wordt best bekeken met Internet Explorer 5.0 of hoger.
© Janssen-Cilag NV, BTW BE 0415.283.427 - RPR Antwerpen, 2001-2010, last updated: 09 avril 2010
Deze site wordt onderhouden door Janssen-Cilag NV die als enige verantwoordelijk is voor de inhoud.
De inhoud van de site is bestemd voor bezoekers uit België en G.H. Luxemburg. Contact.