nl.psychiatrie.be - Alles over angst, depressie, dementie, schizofrenie en mentale gezondheid.

Naar de officiële site van Janssen-Cilag


Klik hier om naar de homepagina te gaanKlik hier voor een inhoudstafel van de siteVan wie is deze website ?Geef uw feedback over deze website




Dementie 
  


Inleiding | Symptomen van dementie | De ziekte van Alzheimer | Andere belangrijke oorzaken van dementie | Diagnose | Behandeling van dementie | Het verzorgen van mensen met dementie



De ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer, die vroeger als een zeldzame stoornis werd beschouwd, staat nu bekend als de meest voorkomende oorzaak van dementie. Alzheimer is een medische aandoening die de manier waarop de hersenen werken, verstoort en de hersengedeelten die het denken, het geheugen en de taal sturen, aantasten. Het is een progressieve ziekte die zich in fasen ontwikkelt en geheugen, verstand, oordeelsvermogen, taal en eventueel het vermogen om zelfs de eenvoudigste taken uit te voeren, geleidelijk vernietigt.

Alzheimer treedt gewoonlijk op na de leeftijd van 65 jaar. Ook jongere mensen kunnen de ziekte van Alzheimer hebben, maar dat komt minder vaak voor. Een studie bracht aan het licht dat de ziekte van Alzheimer alleen al 47% van de mensen ouder dan 85 treft.

Omdat de ziekte van Alzheimer de meest voorkomende oorzaak van dementie is, komt alles wat over dementie bekend is, voort uit studies over de ziekte van Alzheimer. Veel zaken echter die belangrijk zijn bij de verzorging van mensen met de ziekte van Alzheimer, gelden ook voor mensen met een andere vorm van dementie.

Klinische kenmerken

De ziekte van Alzheimer vordert meestal traag, bijna onmerkbaar en begint vaak met lichte geheugenproblemen om te eindigen met ernstige geestelijke aantasting. In het begin kan het enige symptoom een lichte vergeetachtigheid zijn. Mensen kunnen moeite hebben met het zich herinneren van recente gebeurtenissen, activiteiten, of namen van vertrouwde mensen of dingen, of met het leren van nieuwe vaardigheden. Eenvoudige wiskundige problemen kunnen moeilijk op te lossen zijn. Dergelijke moeilijkheden kunnen merkbaar en verontrustend zijn voor de persoon en zijn of haar familie, maar gewoonlijk zijn ze nog niet erg genoeg om alarm te slaan. Personen kunnen moeilijkheden hebben op het werk, of ze vinden lezen niet meer zo aangenaam als vroeger. Hun persoonlijkheid kan veranderen of ze kunnen depressief worden.

Later worden dan problemen vastgesteld, zowel met taal als met bewegingen. Patiënten zijn niet meer in staat om de juiste woorden te vinden voor bepaalde zaken en kunnen zich steeds minder goed uitdrukken. Ze kunnen problemen hebben om verklaringen te begrijpen en geven het lezen op, of kijken geen televisie meer. Hun handschrift kan veranderen of ze beginnen te wandelen met onderbrekingen of te slenteren, of ze worden stuntelig. Ze kunnen gemakkelijk verdwalen en begrijpen niet wat er rondom hem gaande is. Ze vertonen persoonlijkheidsveranderingen of hebben woede-uitbarstingen die hen niet eigen zijn. Wanneer de ziekte vordert, worden die symptomen heel opvallend voor de familie en vrienden van de persoon.

In een later stadium van de ziekte kan de persoon ernstig gehandicapt worden, incontinent en niet in staat om te gaan, of zal hij herhaaldelijk vallen. Hij is dan niet meer in staat om meer dan één of twee woorden te zeggen en herkent de mensen niet meer. Patiënten worden zowel lichamelijk als geestelijk gehandicapt en hebben voortdurend verpleegkundige zorgen nodig. De ziekte van Alzheimer leidt meestal binnen zeven tot tien jaar tot de dood, maar kan ook sneller of trager vorderen (minder dan drie en meer dan vijftien jaar). Het gebeurt dat Alzheimer gedurende een tijdje traag vordert en dan plots veel sneller.

Hersenafwijkingen bij de ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer wordt genoemd naar Alois Alzheimer, een Duitse arts die in 1906 de verschijnselen beschreef van een ziekte in de hersenen van een vrouw van in de vijftig, die blijkbaar een geestelijke ziekte had. Toen zij stierf, bracht een onderzoek van haar hersenen abnormale vlekken aan het licht (nu seniele of amyloïde plaques genoemd), alsook in de knoop geraakte vezelbundels (nu neurofibrillaire kluwens genoemd) in de neuronen (zenuwcellen) in bepaalde delen van de hersenen. Die plaques en kluwens zijn nu karakteristiek voor de ziekte van Alzheimer, en een definitieve diagnose van de ziekte van Alzheimer kan enkel gesteld worden wanneer deze verschijnselen in de hersenen worden gevonden.

Plaques en kluwens bleven raadselachtig tot in de jaren '80, toen wetenschappers de chemische samenstelling van deze structuren begonnen te begrijpen. Ondertussen blijft de wetenschap vooruitgang boeken en krijgt ze aanwijzingen over hoe plaques en kluwens zich ontwikkelen en wat ze betekenen in verhouding tot de andere veranderingen in de hersenen.

Wetenschappers vonden ook andere veranderingen in de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer. De gedeelten van de hersenen die essentieel zijn voor het geheugen en voor andere geestelijke vermogens worden aangetast. Deze hersengedeelten degenereren de neuronen, ze verliezen hun verbindingen met andere neuronen en sterven eventueel af. De effecten op zenuwcellen in het deel van de hersenen dat de hippocampus wordt genoemd, worden bijzonder belangrijk geacht omdat dit hersengedeelte betrokken lijkt te zijn bij de geheugenfunctie. Wanneer er in de hippocampus zenuwcellen afsterven, kan het kortetermijngeheugen minder betrouwbaar worden. Ook het vermogen om routinetaken te verrichten, begint vaak te verslechteren. De ziekte van Alzheimer tast ook de informatieverwerking in de hersencortex aan. Dit hersengedeelte is belangrijk voor hogere intellectuele functies zoals taal en rede.

Risicofactoren

De grootste risicofactoren voor Alzheimer zijn leeftijd en familiegeschiedenis. Andere mogelijke risicofactoren zijn ernstige hoofdletsels en een lager onderwijsniveau.

Genetische (erfelijke) factoren

In meer dan de helft van de gevallen van de ziekte van Alzheimer zijn er genetische factoren mee gemoeid. Een proteïne die apolipoproteïne E (ApoE) wordt genoemd kan bijvoorbeeld belangrijk zijn. Iedereen heeft ApoE, dat helpt cholesterol in het bloed te dragen. De functie van ApoE in de hersenen wordt minder goed begrepen. Het ApoE-gen bestaat in drie vormen. Eén bepaalde vorm lijkt een persoon tegen de ziekte van Alzheimer te beschermen, terwijl een andere vorm iemand meer kans geeft om de ziekte te ontwikkelen. Onze kennis over het belang van ApoE in de ziekte van Alzheimer is nog steeds aan het evolueren.

Omgevingsfactoren

In het hersenweefsel van mensen met Alzheimer-dementie werden bepaalde metalen (bijv. aluminium en zink) gevonden. Een belangrijke discussiepunt is hier de vraag of de aanwezigheid van de metalen bijdraagt tot de ontwikkeling van Alzheimer, of dat de metalen zich opstapelen in de hersenen als gevolg van de ziekte.

Virussen

Sommige wetenschappers veronderstellen dat een virus de oorzaak is van de Alzheimerziekte. Ze bestuderen virussen die de typische veranderingen in de hersenen van mensen met dementie veroorzaken. De ziekte van Alzheimer wordt waarschijnlijk niet veroorzaakt door één enkele factor. Het lijkt aannemelijker dat de ziekte te wijten is aan de invloed van verschillende factoren, die verschillende effecten hebben bij verschillende mensen. Genetische factoren alleen zijn bijvoorbeeld niet genoeg om de ziekte te veroorzaken. Andere factoren kunnen inwerken op de erfelijke kenmerken van een persoon en hem of haar meer of minder kans geven om de ziekte te ontwikkelen.

Neurotransmitter-afwijkingen in de ziekte van Alzheimer

Neurotransmitters zijn scheikundige stoffen die zich binnen in de zenuwcellen bevinden. Ze worden door de neuronen afgescheiden als er een elektrische boodschap doorheen gaat. Ze doorkruisen de holte (de synaps) tussen de aangrenzende neuronen en brengen een verandering teweeg in de activiteit van het volgende neuron. Op deze manier wordt informatie doorgegeven van cel tot cel doorheen de hersenen.

In het midden van de jaren '70 stelde men vast dat bij mensen met de ziekte van Alzheimer de gehalten van de neurotransmitter acetylcholine lager dan normaal waren. Die ontdekking was interessant in verschillende opzichten. Acetylcholine is een essentiële neurotransmitter in het vormingsproces van het geheugen. Het is ook de neurotransmitter die gewoonlijk wordt gebruikt door neuronen in de hippocampus en de hersencortex - gedeelten die worden aangetast door de ziekte van Alzheimer. Sinds die ontdekking (de eerste die de ziekte van Alzheimer in verband bracht met biochemische veranderingen in de hersenen), was acetylcholine het onderwerp van honderden studies. Men ontdekte dat de gehalten van acetylcholine lichtjes gedaald waren bij oudere mensen, maar dat ze 90% gedaald waren bij mensen met de ziekte van Alzheimer. Mensen met zeer ernstige geheugenstoornis hebben het grootste tekort aan acetylcholine. Deze bevindingen deden de hoop ontstaan dat het vervangen van het ontbrekende acetylcholine met behulp van geneesmiddelen een mogelijke behandeling voor dementie zou kunnen zijn.

Ook andere neurotransmitters kunnen een belangrijke rol spelen in de ziekte van Alzheimer. In de hersenen van sommige Alzheimerpatiënten bijvoorbeeld, zijn de gehalten van drie belangrijke neurotransmitters, serotonine, somatostatine en noradrenaline, gedaald. Er werd verondersteld dat deze afwijkingen in verband staan met zintuigstoornissen en agressief gedrag. Het grootste deel van het neurotransmitter-onderzoek in dementie blijft echter gericht op acetylcholine, wegens zijn sterke banden met geheugen en denken.


 


Deze site wordt best bekeken met Internet Explorer 5.0 of hoger.
© Janssen-Cilag NV, BTW BE 0415.283.427 - RPR Antwerpen, 2001-2012, last updated: 19 janvier 2012
Deze site wordt onderhouden door Janssen-Cilag NV die als enige verantwoordelijk is voor de inhoud.
De inhoud van de site is bestemd voor bezoekers uit België en G.H. Luxemburg. Contact.